
In Nederland heeft het Rotterdamse Erasmus MC het aangedurfd de "politieke correctheid" even opzij te schuiven om onderzoek te doen naar de abnormaal hoge kindersterfte bij Turken en Marokkanen.
Niet evident in onze nieuwe "open samenleving", hier krijgt zulk onderzoek meteen de stempel van "racistisch" en islamofoob te zijn.
Wat blijkt? De hoge babysterfte is grotendeels te verklaren door bloedverwantschap tussen moeder en vader. Eén op vijf paren in die allochtone gemeenschappen is neef en nicht, achterneef en achternicht. Om begrijpelijke redenen wordt in dit onderzoek enkel in bedekte termen gesproken van het aandeel incestgevallen en kinderbruidjes, want tienerzwangerschappen dragen tevens bij aan de babysterfte.
Naast die hoge kindersterfte is er ook de vaststelling dat binnen die zelfde gemeenschappen het aandeel aan gehandicapte kinderen (fysiek en mentaal) abnormaal groot is en weegt op de begroting van onze gezondheidszorgen. Om van de samenlevingsproblemen nog maar te zwijgen.
Wat zijn nu de onderliggende mechanismen die leiden tot deze problematiek? Is het allemaal een kwestie van cultuur? Heeft het te maken met het feit dat die gemeenschappen afgezonderd leven in migrantenwijken? Met kansarmoede? Met scholing en opleiding?
Uiteraard is het een beetje van alles wat, maar één van de doorslaggevende factoren is toch de islamitische identiteit. In de islam is het met name door Allah verboden (haram) te verbroederen met niet-islamieten (kafir), laat staan met ze te trouwen. Bijgevolg blijft men in eigen kring bezig en worden er partners opgedrongen uit eigen familieclans, waarbij men ze indien nodig ook meteen uitzicht geeft op een verblijfsvergunning.
Bottom line: de islamitische leer is een onoverkomelijk obstakel voor de inpassing van islamitische gemeenschappen in onze maatschappij en de negatieve fall out begint steeds zwaarder door te wegen.
–
Wat blijkt? De hoge babysterfte is grotendeels te verklaren door bloedverwantschap tussen moeder en vader. Eén op vijf paren in die allochtone gemeenschappen is neef en nicht, achterneef en achternicht. Om begrijpelijke redenen wordt in dit onderzoek enkel in bedekte termen gesproken van het aandeel incestgevallen en kinderbruidjes, want tienerzwangerschappen dragen tevens bij aan de babysterfte.
Naast die hoge kindersterfte is er ook de vaststelling dat binnen die zelfde gemeenschappen het aandeel aan gehandicapte kinderen (fysiek en mentaal) abnormaal groot is en weegt op de begroting van onze gezondheidszorgen. Om van de samenlevingsproblemen nog maar te zwijgen.
Wat zijn nu de onderliggende mechanismen die leiden tot deze problematiek? Is het allemaal een kwestie van cultuur? Heeft het te maken met het feit dat die gemeenschappen afgezonderd leven in migrantenwijken? Met kansarmoede? Met scholing en opleiding?
Uiteraard is het een beetje van alles wat, maar één van de doorslaggevende factoren is toch de islamitische identiteit. In de islam is het met name door Allah verboden (haram) te verbroederen met niet-islamieten (kafir), laat staan met ze te trouwen. Bijgevolg blijft men in eigen kring bezig en worden er partners opgedrongen uit eigen familieclans, waarbij men ze indien nodig ook meteen uitzicht geeft op een verblijfsvergunning.
Bottom line: de islamitische leer is een onoverkomelijk obstakel voor de inpassing van islamitische gemeenschappen in onze maatschappij en de negatieve fall out begint steeds zwaarder door te wegen.
–